Cognitieve gedragstherapie
Het uitgangspunt van cognitieve gedragstherapie is dat je interpretatie van een bepaalde situatie (automatische gedachte) je gevoel en gedrag bepaalt. Door je meer bewust te worden van je aangeleerde gedachten- en gedragspatronen en deze te doorbreken, kunnen je klachten afnemen en kun je hardnekkige gewoonten veranderen.
Via deze link kun je de video ‘Wat is cognitieve gedragstherapie?’ bekijken en meer informatie vinden over cognitieve gedragstherapie.
Hoe werkt het in de praktijk?
We bespreken eerst uitgebreid hoe je klachten zijn ontstaan, zodat helder wordt wat jij nodig hebt om je beter te voelen. In de gesprekken die volgen werken we gericht aan het verminderen van die klachten. Daarbij is bewustwording van je gedachten en gedrag belangrijk – maar minstens zo belangrijk is het om aan den lijve te ervaren dat het ook anders kan.
CGT is gebaseerd op de leertheorie: de principes van klassieke conditionering (Pavlov) en operante conditionering (Skinner). Beide gaan ervan uit dat gedrag en emoties waar je last van hebt, beïnvloed worden door je omgeving – zowel bij het ontstaan als bij het in stand houden ervan.
Ik ben aangesloten bij de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën als supervisor, dat betekent dat ik na mijn opleidingstraject en registratie tot cognitief gedragstherapeut de supervisorenopleiding heb gevolgd, veel psychologen mede heb opgeleid en me op dit gebied blijf bijscholen middels lesdagen en congressen.
Cognitieve herstructurering en gedragsexperimenten
Je automatische gedachten sturen je gevoelens en reacties, vaak zonder dat je je daarvan bewust bent. Door hierop te reflecteren, kunnen deze patronen worden bijgesteld. Een belangrijke methode hierbij is de socratische methode: je leert jezelf kritisch te bevragen over je eigen gedachten. Ook kun je G-schema’s (gedachtenschema’s) leren maken van situaties die representatief zijn voor je klachten.
De meest effectieve manier om gedachtenpatronen echt te veranderen, is uiteindelijk door ander gedrag te oefenen en nieuwe ervaringen op te doen.
Exposure
Een belangrijk onderdeel van cognitieve gedragstherapie is exposure. Hierbij ga je in stappen die je aandurft de confrontatie aan met hetgeen je vreest. Zo ervaar je dat waar je bang voor bent in praktijk niet gebeurt - en dat je meer aankunt dan je denkt.
Exposure in vivo
Bij exposure in vivo wordt je in haalbare stappen geconfronteerd met een trigger of situatie waar je spanning bij voelt in het dagelijks leven, zodat voelbaar wordt wat je vaak rationeel al weet: dat het veilig is en dat (deels onbewuste) rampverwachtingen, in praktijk niet uitkomen. De spanning die de trigger voorheen opriep neemt geleidelijk af.
Interoceptieve exposure
Bij paniekklachten ontstaat vaak een angst voor de lichamelijke sensaties die bij spanning horen zoals hartkloppingen of duizeligheid, omdat die worden gekoppeld aan gevaar. Bij interoceptieve exposure roep je die sensaties in haalbare stappen op, zodat je kunt ervaren dat deze geen gevaar vormen.
Imaginaire exposure
Hierbij haal je onder begeleiding in gedachten een beladen herinnering op of stel je je een gevreesde situatie voor, met de bijbehorende zintuiglijke ervaringen en emoties. Zo ervaar je dat de emoties je niet overspoelen, dat een gevreesde uitkomst niet gebeurt en dat de herinnering iets is dat achter je ligt, en dat je die aankunt. De lading van de herinnering neemt geleidelijk af. Vaak verandert ook de betekenis die je aan de gebeurtenis hebt gegeven, waardoor bijvoorbeeld schuld- en schaamtegevoelens afnemen. Toen voelt weer als toen, en nu als nu.